We hebben onderzoek gedaan naar zogeheten ambtshalve aanslagen voor de inkomstenbelasting. Dat zijn aanslagen die de Belastingdienst oplegt als iemand – om wat voor reden dan ook – geen belastingaangifte heeft gedaan, maar wel door de Belastingdienst is uitgenodigd om aangifte te doen. De Belastingdienst maakt dan zelf een schatting van het inkomen. De inspectie heeft aanwijzingen dat belastingaanslagen die gebaseerd zijn op schattingen van het inkomen hoger liggen dan wanneer ze gebaseerd zijn op het werkelijke inkomen.

Ook hebben we gekeken wat voor effect het geschatte inkomen kan hebben op inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen. Wanneer een inkomen te hoog is geschat bestaat de kans dat iemand minder toeslag krijgt. Ook de vergoeding voor rechtsbijstand of aanvullende studiebeurs kan dan lager uitvallen, terwijl de bijdrage voor langdurige zorg juist hoger wordt. Hoeveel mensen bij wie het inkomen is geschat gebruik maken van inkomensafhankelijke regelingen is niet bekend. De inspectie wil dat graag weten. De Belastingdienst deelt niet met de betrokken instanties zoals Dienst Toeslagen dat sprake is van een geschat inkomen. Het zou volgens de inspectie beter zijn wanneer dat wel gebeurt.

Uit cijfers die de inspectie heeft opgevraagd komt naar voren dat de Belastingdienst in 2022 ongeveer 79.000 ambtshalve aanslagen oplegde. Vrijwel iedereen moest belasting betalen. Een kleine 14.000 mensen deed tot dusver alsnog aangifte waardoor hun aanslag werd aangepast. Bij bijna 90% van deze mensen nam het te betalen belastingbedrag af. Voor ongeveer 60% van de 14.000 mensen geldt dat zij niets hoefden te betalen of geld terugkregen van de Belastingdienst nadat zij alsnog aangifte voor inkomstenbelasting deden. Het gemiddelde belastingbedrag daalde met zo’n 9000 euro.

De inspectie wil dat de Belastingdienst beter zicht krijgt en houdt op het aantal ambtshalve aanslagen, de kwaliteit van de schattingen, de verklaringen voor de verschillen en de gevolgen van de schattingen voor inkomensafhankelijke regelingen. De inspectie vindt het belangrijk dat de bestaanszekerheid niet onnodig onder druk komt te staan door hoge schattingen van het inkomen. Dat geldt helemaal bij diegenen die afhankelijk zijn van toeslagen of andere vormen van ondersteuning. Daar komt bij dat niet de Belastingdienst maar de mensen zelf moeten aantonen als de schatting van hun inkomen niet klopt. Dat laatste is voor mensen die niet goed in staat zijn om voor zichzelf op te komen vaak extra ingewikkeld.

De inspectie roept de bewindspersonen ook op om werk te maken van ambtshalve aanslagen waarbij mensen geld terugkrijgen. Nu legt de Belastingdienst in die gevallen geen aanslag op, waardoor mensen geld mislopen. Het gaat jaarlijks om zo’n 1500 mensen.