Na ruim vier jaar verlaat Bart Snels de IBTD. Op 1 juli stapt hij over naar het ministerie van BZK als kwartiermaker Slagvaardige Overheid. De afgelopen weken kon hij al volop ruiken aan zijn nieuwe functie. Hoogste tijd voor een terugblik op zijn tijd bij de inspectie.
Een spiegel voorhouden, het is een term die bij de Inspectie belastingen, toeslagen en douane vaak voorbij komt. De IBTD kijkt hoe het er in de drie domeinen aan toegaat en legt dat open en bloot op tafel. Zodat medewerkers daar iets mee kunnen en er hun voordeel mee kunnen doen, en zodat burgers en bedrijven daar uiteindelijk beter van worden.
Wil je dat goed doen als inspectie, dan moet je ook jezelf eerlijk durven aankijken. En kunnen toegeven als je sommige dingen mogelijk niet goed ziet of zag. Bart is die confrontatie niet uit de weggegaan en erkende al snel hoe zijn werk bij de inspectie zijn blikveld heeft verruimd. ‘Van nature ben ik een beetje een nerd: als Kamerlid was ik altijd bezig met koopkrachtplaatjes en modellen. Ik wist zo ongeveer wel hoe het werkte, totdat ik met mensen sprak en hoorde hoe beleid voor hen uitpakte. Dat vond ik buitengewoon waardevol en ook mooi. Als inspecteur-generaal heb ik me gerealiseerd hoe weinig zicht de politiek heeft op uitvoeringsorganisaties, en wat beleid concreet kan betekenen voor burgers en bedrijven.’
‘Het meest schrijnende voorbeeld dat we als inspectie tegenkwamen, was de rondgang langs sociaal raadslieden. Daar aan tafel besefte ik eigenlijk pas hoe ingewikkeld we het als overheid gemaakt hebben. Ik dacht dat ik best goed wist hoe het stelsel in elkaar zat, na alle tragische verhalen rond de toeslagenaffaire, maar daar zag ik dat de overheid nog elke dag mensen in de problemen brengt door vermenging van fiscaliteit, sociale zekerheid en gemeentelijke regelingen, met alle gevolgen van niet-gebruik en terugvorderingen.’
Het optekenen van verhalen is een wezenlijk onderdeel geworden van het werk van de inspectie, naast de ‘formele’ toezichtsactiviteiten, zegt Bart. ‘Het brengt de buitenwereld bij ons binnen. Het is een belangrijke manier om signalen op te halen en ons af te vragen wat we daar als inspectie mee kunnen, of het nou gaat om maatschappelijke organisaties of bijvoorbeeld oudercommissies van hersteloperaties. Het gaat voortdurend om de dynamiek tussen leefwereld en systeemwereld, dat er verbinding is tussen wat er op de vierkante kilometer in het Haagse gebeurt en wat dat voor mensen en bedrijven betekent. Uiteindelijk doen we dit voor mensen. Dat besef is er niet altijd in het politiek bestuurlijke systeem in Den Haag.’
En is dat veranderd de afgelopen jaren?
‘We hebben ervoor gezorgd dat Den Haag nu beter weet hoe het er in de leefwereld van mensen aan toe gaat. Daarover hebben we gerapporteerd in bijvoorbeeld het rapport over vroegsignalering. En we hebben er voor gezorgd dat sociaal raadslieden nu direct naar de Belastingdienst kunnen bellen in plaats van dossiers op te sparen en op hun vrije dag in de rij moeten staan. Of denk aan de casus Rotterdam waarbij we wisten te voorkomen dat mensen een terugvordering krijgen na een nabetaling omdat de gemeente een fout had gemaakt. We moesten zoeken naar onze meerwaarde: dat zat ‘m vooral in het burgerperspectief en vandaaruit signalen oppakken. En daarbij draaide het eigenlijk om twee hoofdvragen: krijgen mensen waar ze recht op hebben en hoe zit het met de rechtsbescherming. Op beide vraagstukken hebben we veel gedaan.’
Hoe kijk jij terug op vier jaar IBTD?
‘Wat ik altijd heel mooi vond, is dat we als inspectie voortdurend bij de diensten konden gaan kijken en daar van de medewerkers zelf konden horen hoe ingewikkeld de wereld is waarin zij zich moeten bewegen. Als inspectie kijken we naar hoe de uitvoering haar werk doet maar ook naar de regels waaraan de uitvoering zich moet houden. Het is het samenspel van beleid, uitvoering en wetgeving waar je als inspectie naar kijkt: dus ook hoe mensen zich op de werkvloer gedragen en hoe ze worden aangestuurd. Dan zie je hoe ingewikkeld het soms is. Op die manier zijn we als inspectie in staat onderliggende problemen aan de kaak te stellen, zoals complexiteit van wetgeving of de relatie tussen medewerkers en hun leidinggevenden.’
Hoe zou jij de IBTD willen kenschetsen?
‘Ik weet nog mijn eerste toespraak hier als IG: we moesten een beetje de rebellenclub zijn. Dat zijn we altijd gebleven: het Gallische dorpje dat in een zekere wanorde de aanval zoekt op een strak georganiseerd leger van de Rijksoverheid. We zijn tot elkaar veroordeeld maar we proberen ook beweging te krijgen in dingen die niet goed gaan, en dat zonder toverdrank.’
Wat neem je mee naar je nieuwe functie?
‘Mijn onafhankelijkheid, dat is toch wel het leuke van een inspectie. Je moet af en toe wel op tenen durven gaan staan. Ik kom nu als kwartiermaker Slagvaardige overheid wel in een andere rol terecht. Er is veel te doen in de manier waarop de overheid haar werk doet. In feite is het dezelfde missie als bij de inspectie: werken aan een betere overheid. Het moet gewoon, als we niet trekken en sleuren, gebeurt het sowieso niet.’